geplaatst op Wednesday-24-February-2010 door:Bosma

Huis met erfenissen

Huis met erfenissen

"Van koetshuis naar kunsthuis", zo omschrijft Mineke Bosma haar woning, theeschenkerij, lijstenmakerij en galerij in het voormalig koetshuis van Fogelsanghstate. Met haar man Jan en zonen Jacob (9) en Gaatze (17) heeft ze hard gewerkt om van het onbewoonde pand in Veenklooster een warm thuis te maken. En dat ging niet zonder tranen.

Vier jaar geleden kwam Jans broer Auke met de gouden tip. Zijn vrouw werkte als vrijwilliger in Fogelsanghstate en zij wist dat het koetshuis leeg stond. Jan en Auke hadden samen een lijstenmakerij en knapten zo nu en dan samen een woninkje op. Zoals dat gaat in de FrieseWouden. "Als je nog eens iets anders wilt, moet je daar even gaan kijken", was Aukes verhaal. Jan en Mineke namen een kijkje door de ramen. De modder stond hoog tegen de muren. Al jaren was er weinig meer aan het pand gedaan.

"Hoe moeten we dit aanpakken?" vroeg Jan zich af.Zijn broer maande hem tot kalmte. "Je moet niet alles tegelijk willen." Na een week kwam hij met een keurige schets voor de indeling van het huis en de werkruimtes. "Wij hebben het exact zo gedaan." Uiteraard ná een gesprek met barones Van Harinxma thoe Sloten, de eigenaresse van het complex. Zij en haar man zagen wel heil in het idee, maar vroegen om doordachte plannen. Die kregen ze.

Wat Aukes ogen zagen, kon hij maken. Voor de serviezenverzameling van Mineke maakte hij grote, klassiek ogende kasten. "Hij had maar een klein schetsje aan een spijker gehangen. Aan de hand daarvan kon hij zo die kasten timmeren." Van hem kwam ook het idee voor de platte zuilen met de monsters van wissellijsten, die de theeschenkerij enigszins afschermen en daarmee een intiem gevoel geven. Vorig jaar overleed Auke aan kanker. Jan en Mineke hebben het er moeilijk mee. "Het doet pijn. Met name voor Jan, hij en Auke konden lezen en schrijven met elkaar", zegt Mineke. Aukes naam mag niet onvermeld blijven. Hij heeft hen een prachtige erfenis nagelaten, waar ze elke dag met veel plezier werken en wonen.

 

Beneden geven de schuurdeuren toegang tot een soort deel, waar een grote tafel met stoelen staat. Met mooi weer staan de deuren open en kunnen bezoekers van Fogelsanghstate hier even zitten met een kop thee of folders lezen over het weeshuis in India, dat de Bosma’s steunen. "Als alles open staat, lopen mensen gemakkelijker naar binnen." Op de benedenverdieping woont het gezin van vier. Aan een gang met warmrode plavuizen zijn slaapkamers gecreëerd. De koetsiersruimte met houten lambrisering doet nu dienst als woonkamer.

Het eerste servies dat Mineke ooit van Jan kreeg, staat als pronkstuk op de televisiekast. Ook elders in huis zijn delen van haar verzameling te zien. Zoals op de spiegelkast in de gang en op de schoorsteenmantels. Jongste zoon Jacob heeft een plekje achter de computer in de woonkeuken met openslaande tuindeuren. Zijn oudere broer Gaatze wordt boer. "Dat was al van jongs af aan duidelijk." Jacob niet. "Daar heb ik de handen niet voor, zegt mijn vader." Maar misschien maakt hij later wel de kunst, die zijn vader zo vakkundig inlijst. Her en der in huis zijn proeven van zijn creativiteit te vinden. Zoals een met ’mes’ geschilderde kat in de opkamer, die dienst doet als speelruimte en televisiehoek voor de jongens. Of een gefiguurzaagd paardenhoofd in zijn computerhoekje. Jacob geniet van deze nieuwe woning. Hij mag graag buiten zijn, verzorgt de kip die op haar nest zit achter de brandnetels. Hij laat de padjes zien die door de statige tuin springen en probeert een groene kikker te vangen. De Japanse wijnbes en braam zijn rijp, hij laat een paar vruchtjes proeven.

Zo dicht bij de natuur woonden ze in deWestereen niet. Maar niet alleen de uitgebreide tuin beschouwt hij als zijn huis, ook de lijstenmakerij, galerij en theeschenkerij horen er voor zijn gevoel bij. Hier werken zijn ouders. Mineke ontvangt voorbijgangers die de kunst van realisten als Paul Christiaan Bos, Dorry van de Winkel en Marinus van Dokkum bewonderen, wiens werk hier vertoond wordt. Ook biedt ze groepen de mogelijkheid een high tea te bespreken. Thee schenkt ze in Froukjes Servies, van een ontwerpster uit Rinsumageest. Dat verkoopt ze ook, evenals ansichtkaarten, geurkaarsen en andere snuisterijen.

 

Achter de toonbank annex bar zijn twee stijlkamers ingericht. Hier staat serviesgoed uit Minekes verzameling, aangevuld met schilderijen, passende kastjes en andere voorwerpen. Wie het zakelijk gedeelte van het koetshuis bezoekt, wandelt op de trap langs een wand waarop vorige bewoners en gebruikers van het pand hun namen hebben geschreven. "Ik heb die namen gegoogled op internet, maar kon niks vinden. Een paar dagen later kwam hier een man met zijn gezin. Hij gaf mij een hand en zei: ’Ik ben Hielke Terpstra’. ’U woonde hier’, zei ik." Terpstra was een van de weeskinderen die dakloos werden toen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog het weeshuis in Leeuwarden tot hun hoofdkwartier maakten. De toenmalige baron van Fogelsanghstate ving de uitgezette kinderen op in het koetshuis.

Terpstra wilde aan zijn kinderen en kleinkinderen laten zien waar hij had gewoond, en voor zichzelf dit verdrietige verleden afsluiten. "Hij had nooit iets voor zichzelf gehad, nog geen lepeltje. En hier stond zijn naam nog op de muur, bewaard achter glas." Het waren emotionele momenten, zowel voor Terpstra als voor Mineke. "Nu komt hij elk jaar terug." Dan rookt hij een sigaretje op het bankje buiten. "Hij heeft het er nog altijd moeilijk mee. ’Maar’, zegt hij, ’ik weet nu dat Mineke er ook is, en dat maakt het goed’." >> 

Tekst en foto’s

GITTE BRUGMAN

Bekijk hier: Huis met erfenissen 1 pdf  

Bekijk hier: Huis met erfenissen 2 pdf 

Bekijk hier: Huis met erfenissen 3 pdf 

Bekijk hier: Huis met erfenissen 4 pdf 

← Terug naar nieuwsoverzicht